De kruiswoorden klinken

De kruiswoorden klinken






















Op Palmzondag 2018 in de kerk.

Een prachtige middag waarin stilgestaan werd bij de kruiswoorden.

Muziek:
Koorbewerking van ‘Die sieben letzten Worte’ van Joseph Haydn door het Helmonds Kamerkoor o.l.v. gastdirigent Rienk Bakker met Tannie van Loon (piano)

Sprekers:

  • L’introduzione - Marion Achthoven / Corine Beeuwkes-van Ede
  • ‘Vader vergeef hen want zij weten niet wat zij doen’ - Betty van de Walle
  • ‘Nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn’ - Jan van Duren
  • ‘Dit is uw zoon’ - Erik Seidel
  • ‘Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten?’ - Robert van den Broek
  • ‘Ik heb dorst’ - Monique der Kinderen
  • ‘Het is volbracht’ - Ans van der Elst
  • ‘Vader, in uw handen beveel ik mijn geest’ - Jan Vogels




Welkomstwoord

Marion Achthoven

Goedemiddag allemaal,
Namens de Protestantse Kerk te Helmond heet ik u van harte welkom in de Bethlehemkerk. Een speciaal welkom aan de sprekers van vanmiddag, het Helmonds Kamerkoor onder leiding van Rienk Bakker en Tannie van Loon aan de piano.
Mijn naam is Marion Achthoven en samen met onze predikante Corine Beeuwkes-van Ede hebben wij voor de vierde keer dit muziekproject georganiseerd, als onderdeel van ons programma “Ontmoeting en Verdieping”.
Een aantal jaren geleden heeft de Belgische schrijver Dimitri Verhulst de kruiswoorden onder de aandacht gebracht in zijn boekje ‘De zeven laatste zinnen’, die slaan op de 7 laatste zinnen die Jezus sprak aan het kruis. Wat wij daar vooral mooi in vonden was dat er hedendaagse verhalen bij elk woord verteld worden. Op de cd die bij het boekje zit leest hij zijn verhalen voor en deze worden afgewisseld met de stukken van ‘Die Sieben letzte Worte’ van Haydn in de versie voor strijkkwartet.
Deze opzet hebben wij gehanteerd voor onze bijeenkomst. We zullen zo gaan luisteren naar 7 bijzondere sprekers en de koorversie van ‘Die Sieben letzte Worte’.
Dit stuk vindt zijn oorsprong in 1786 toen Haydn de opdracht kreeg van de Spaanse bisschop van Cadiz om een indringend muziekstuk te componeren voor orkest bij de 7 kruiswoorden. Het was bedoeld voor de viering op Goede Vrijdag waarbij de bisschop over elk kruiswoord een korte meditatie uitsprak. Deze werd elke keer afgewisseld door het gelijknamige muziekstuk. Het laatste muziekstuk moest een uitbeelding zijn van het beven van de aarde dat volgde op de kruisiging.
Tijdens deze viering had de bisschop gezorgd voor een dramatische sfeer door alle ramen te verduisteren en maar één lamp in het midden van de kerk te laten branden.
In hetzelfde jaar dat de orkestversie werd gepubliceerd, volgden de versies voor strijkkwartet en piano. Beiden hebben hier in de Bethlehemkerk geklonken.
Acht jaar later hoorde Haydn tot zijn verrassing in Passau een uitvoering van zijn muziek met solisten en een koor. Deze was gemaakt door de plaatselijke domkapelmeester. Haydn vond een koorversie een goed idee op zich, maar dacht dat hij zelf een betere kon maken. Met hulp van Baron van Swieten die ook de teksten van Die Schöpfung en Die Jahreszeiten schreef ontstond de prachtige passiemuziek die we zo gaan horen. Volgens de overlevering vond Haydn dit een van zijn beste composities.
Tot slot nog een aantal mededelingen van huishoudelijke aard:
• Ik verzoek u tussendoor niet te applaudisseren maar dit pas te doen nadat de laatste noten hebben geklonken. Dan mag ook uw mobiele telefoon weer aan.
• Na afloop kunt u bij de uitgang op vrijwillige basis een gave doen om de kosten van dit project te dekken en bent u uitgenodigd om onder het genot van een hapje en een drankje elkaar te ontmoeten.
Dan geef ik nu graag het woord aan Corine en wens ik u veel luisterplezier.

“L’introduzione”

Corine Beeuwkes-van Ede

De veertigdagentijd (lijdenstijd) voorafgaande aan Pasen kent haar eigen tradities.
Na de carnaval begint het vasten, Palmpasen met de Palmpasenstokken, maar ook de Matteüs-Passion van Johann Sebastiaan Bach en ‘Die sieben letzte Worte unseres Erlösers am Kreuze’ van Franz Jozef Haydn horen daar helemaal bij.
Opvallend is dat Pasen een gebeuren is waar de donkere kant van het leven een plek krijgt: tijdens het feest is er ook het gedenken van lijden en dood.
Zo is dit feest het feest bij uitstek waar het leven zoals we dat ervaren - met haar ups en downs - een plek krijgt.
Maar de boventoon is wel dat er hoop is: na de winter komt de lente, na de slavernij de bevrijding, na de dood ook het nieuwe begin.
Wanneer de evangelisten - ieder op zijn beurt – Jezus in totaal 7 ‘kruiswoorden’ laten uitspreken, gaat het om teksten die komen uit de Boek van de Psalmen.
Net als bij ‘The Passion’, waar men gebruik maakt van eigentijdse liederen (popsongs), reciteert Jezus aan het kruis teksten uit de Psalmen: liederen van het joodse volk en hem zo vertrouwd.
Hoe spannend is het om de woorden die Jezus heeft nagelaten als een soort van ‘erfenis’, door mensen vanuit verschillende perspectieven te laten belichten.
Hoe resoneren die woorden anno 2017?
Welke associaties roept het bij je op?
Een opdracht aan 7 sprekers met ieder een eigen invalshoek.
Met 7 verschillende achtergronden.
Betty van der Walle (tot voor kort Voorzitter van Raad van Bestuur van het
Elkerliek-ziekenhuis)
Jan van Duren (man van onze Fien - werkzaam bij de gemeente)
Erik Seidel (collega van de Lambertusparochie)
Robert van den Broek (Tok of the Town)
Monique der Kinderen (Super Sociaal)
Ans van der Elst (was bestuurslid van Super Sociaal)
Jan Vogels (collega uit Stiphout)
De afwisseling van muziek en woord is een verademing.
We gaan het vandaag opnieuw (voor de 4e keer) beleven.

“Vader, vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen”

Betty van de Walle

Vergeven is een werkwoord dat we eigenlijk niet veel gebruiken, terwijl het eigenlijk zo belangrijk is, realiseerde ik mij. We gebruiken oh zo vaak het woord sorry, maar we vragen ons zelden af of de ander ons echt vergeeft.
Nadat Corine me had gevraagd hier een kort woord te houden, heeft het werkwoord vergeven me regelmatig door het hoofd gespookt. Ik gebruik bewust de term werkwoord want vergeven is echt werken aan jezelf of voor jezelf. Ghandi heeft zo mooi gezegd: de zwakke kan niet vergeven. Vergeving is het kenmerk van de sterke.
Een van die momenten was enkele weken geleden toen ik de indrukwekkende film Aus dem Nichts zag. Het verhaal gaat over Katja, wiens Turkse echtgenoot Nuri en zoontje Rocco omkomen bij een bomaanslag gepleegd door twee neonazi’s, man en vrouw, een stel. Ondanks dat Katja een van de daders net voor de aanslag gezien heeft en zij zeker weet dat het stel de daders zijn, komt het niet tot een veroordeling door de rechter, door gebrek aan bewijs.
Katja neemt vervolgens het heft in eigen handen en wederom door een bomaanslag brengt ze bewust zichzelf en de daders om het leven. Resultaat 5 jonge mensen zinloos gedood. Katja is niet aan vergeven toe gekomen. Dat was misschien ook veel te veel gevraagd.
Natuurlijk moet er rechtvaardigheid zijn en ook vergelding is een terecht onderdeel van ons rechtssysteem. Maar voor de slachtoffers lost dat lang niet alles op. Kunnen vergeven is uiteindelijk de enige manier het los te laten, een plaats te geven en misschien te vergeten.
Vergeven zit voor mij heel dicht bij vertrouwen in je naasten en misschien wel in iedereen.
Ik heb jaren een functie vervult binnen Tbs-instellingen, ik was lid van de commissie van toezicht en in die hoedanigheid ben ik met veel tbs-ers in contact gekomen.
De eerste keer dat ik in de Mesdag kliniek in Groningen kwam, dacht ik dat ik de tbs,ers en hun begeleiders, cipiers makkelijk zou kunnen onderscheiden. Nou dat was onzin. In de vele gesprekken die ik met de TBSérs heb gehad, mannen die vaak grote misdrijven hadden gepleegd, merkte ik dat ook zij goede en sociale wezens kunnen zijn. Dat gaf mij vertrouwen.
Vertrouwen dat in ieder mens ook goede kanten zitten, maar dat omstandigheden in mensen en om mensen heen, het slechte in iemand naar boven kunnen brengen.
De film, de tbs-kliniek zijn voorbeelden van extremen als het om vergeven gaat.
Vergeven in het leven van alledag betekent voor mij dat ik er als bestuurder, manager, ouder, vriendin en echtgenote op vertrouw dat eigenlijk iedereen zijn best doet om datgene te doen wat anderen van hen verwachten en rekening te houden met zijn naasten.
Als je als leidinggevende geen vertrouwen uitstraalt in je medewerkers, hen ook niet de ruimte gunt fouten te maken en daarvan te leren, kom je niet ver met je onderneming. Dat geldt ook voor je als ouder, maar ook als kind. Vertrouw en vergeef!!!
Is het zo eenvoudig? Nee, als iemand me echt kwetst is ook moeilijk je daar overheen te zetten en met degene die je gekwetst heeft verder te gaan. Al weet ik dat dan de boosheid vooral in mij zelf zit en ik in die zin niet beter ben en ook anderen wel eens kwets.
Vergeven gaat altijd over jezelf.

“Nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn”

Jan van Duren

Voorwaar, ik zeg u, heden zult gij met mij in het paradijs zijn. Dat waren de woorden van Jezus tegen een mede-gekruisigde. Zonder een uitvoerige exegese te willen starten laat de wijze waarop het geschreven is, ruimte voor interpretatie op welk moment en waar een en ander het geval zal zijn. Omdat het Grieks geen interpunctie kent, kan het ook gelezen worden als: ik zeg u heden, gij zult met met mij in het paradijs zijn.
In 2009 ben ik op pelgrimage geweest naar Santiago de Compostela. Een geweldige ervaring. Uit het drukke dagelijkse ritme 1000 km gelopen, ook het laatste stuk naar Finisterre, “het einde van de wereld”. Ontmoetingen met mensen uit de hele wereld die open met elkaar omgaan, zonder remmingen elkaars levensverhaal uitwisselen. Het geeft mensen kracht en steun aan elkaar. Waarom kan het niet in de hele wereld zo zijn?
Bij de voorbereiding van mijn bijdrage moest ik denken aan de song van Stromae, quand c’est, cancer, dites moi quand c’est? Onlangs prachtig uitgevoerd door Ellen ten Damme in het Speelhuis, het theater in de prachtige OLV-kerk waar ik, zoals een aantal van jullie weten, een bijzondere band mee heb. Quand c’est, cancer, qui est le prochain?
Muziek kan veel emotie oproepen. Tekst die plotseling heel dichtbij komt en persoonlijk wordt. Zo ging ik in mei 2016 met klachten aan mijn blaas naar de dokter. Na een aantal onderzoeken zou ik op een maandag de uitslag krijgen. Tegen de kinderen nog niets verteld. Precies een dag eerder waren Fien en ik 40 jaar getrouwd. De kinderen hadden als verrassing een leuk uitstapje georganiseerd met een uitgebreide lunch op locatie waar ze ons alledrie hebben toegesproken. En daarbij maakte onze dochter Esther bekend dat ons eerste kleinkind op komst was. Deze samenballing van verschillende emoties was een heftige ervaring.
Alhoewel de aanvankelijke operatieve ingreep geslaagd was bleek een half jaar later toch dat zich een tumor had ontwikkeld. Maar de immunotherapie die daarop volgde sloeg uitstekend aan. Daar zijn wij uiteraard heel blij mee zijn. Een optimistische instelling en vertrouwen komen in zo’n situatie goed van pas. Tegelijkertijd leef je een tijdje tussen hoop en vrees. De meeste problemen worden relatief en je drukke baan komt in een ander perspectief. Je onderkent je eigen afhankelijkheid. Je ervaart de grenzen van wat je zelf kunt sturen en beseft dat je je lot niet meer volledig in eigen hand hebt en dat je bent overgeleverd aan …… ja waaraan eigenlijk. De inschatting van de arts, de juiste behandeling, de bemoediging vanuit de omgeving of misschien een hogere kracht. Zeker……., vaak gaat het goed maar vaak ook niet. We kennen allemaal voorbeelden in onze eigen omgeving.
Intussen heeft onze kleinzoon Rens al zijn 1e verjaardag gevierd en zijn we dikke vrienden. Nr. 2 Aron heeft zich inmiddels ook al aangediend. Dankbaar om dat mee te maken.
Begin dit jaar bleek bij controle dat het nog steeds uitstekend gaat met mijn blaas maar dat er een flink verhoogde PSA waarde werd geconstateerd. Opnieuw onderzoeken en wachten op uitslagen. Wat staat mij deze keer te wachten? Maar tegen de verwachting van de arts in was de uitslag negatief dus positief. Wederom had ik het gevoel het juiste lotje in de loterij te hebben getrokken. Spanningen vallen weg, blijdschap overheerst. Ik heb het paradijs op mijn manier leren kennen. Zeker het is de plek waar geen ziekte, rampspoed of dood bestaat. Een vredige harmonieuze samenleving. In die versie reikt het over de grenzen van het leven heen, het hemelse paradijs. Maar het kan ook ervaren worden in de kleine en gewone dingen die je dagelijks ervaart: het gadeslaan van een nieuwsgierig roodborstje in je tuin, het trots volgen van de successen van je kinderen, de kleine stapjes in de ontwikkeling van je kleinkinderen, een uitdagende pelgrimage, contacten met je medemens, genieten van een heerlijke maaltijd, hoop en vertrouwen op een goede uitslag. God bezoekt ons vaak maar meestal zijn we niet thuis. Zijn uitgestoken hand in een donkere wereld. Als je wilt kun je dát paradijs dagelijks nadrukkelijk ervaren.

“Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij?”

Robert van den Broek

De “waarom-vraag”…. Mijn favoriete vraag omdat hij je uitdaagt op zoek te gaan naar antwoorden die je alleen in jezelf kunt vinden. Waarom stelde Jezus deze vraag en aan wie stelde hij deze vraag? Een antwoord van God bleef uit.
Is dat vreemd?
Verschillende evangeliën vertellen over de 7 Kruiswoorden. Volgens Matteüs waren de laatste woorden van Jezus, “Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij?” Natuurlijk krijgen we geen antwoord. De evangeliën in de bijbel, de verzen in de Koran of de passages uit de Upanishads. Ze geven ons geen antwoorden. Ze reiken ons gereedschappen aan waarmee we aan onszelf kunnen werken.
Ik lees ze graag, als losse verhalen zonder dat iemand mij oplegt hoe ik ze moet interpreteren. Ik praat graag met hen, die hun gevoelens en ervaringen willen delen met betrekking tot deze verhalen. Samen zoeken naar antwoorden en daarmee aan de slag gaan. Dat alles, om levensvragen beantwoord te krijgen. Maar om te kunnen zoeken naar antwoorden op levensvragen, is zelfkennis van belang.
Ken Uzelve. Een credo dat prijkt boven de tempel van Apollo in Delphi en wat de lijfspreuk is van Socrates en….van mij. Ken U Zelve. Door jezelf steeds beter te leren kennen, leer je de ander steeds beter kennen. Ik heb een soort van innerlijke drang om op zoek te gaan naar ‘wie ik ben’ en wil daarom veel “anderen” ontmoeten. Andere culturen, meningen en daarmee verschillende waarheden. Ik bewandel filosofische, spirituele en esoterische paden, wil de verhalen aanhoren van hen, die niet in de waarheid geloven, wil verder gaan waar gebaande paden ophouden, sluit deuren, waar dogma’s regeren en treed binnen daar waar vrijdenken centraal staat.
Tijdens al mijn zoektochten, avonturen en struikelblokken is mij het inzicht aangereikt dat wij één zijn met het Al. Het Ene, de bron waarvan en waaruit alle waarneembare vormen ontspruiten. We zijn geen afgescheiden individuen. We zijn het bewustzijn zelve, Het Ene. Eén, eeuwig, onvergankelijk, oneindig en onveranderlijk. Wij, zijn..
Als ik vanuit dat perspectief kijk naar de vraag “Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij?” dan stel ik mezelf meteen een nieuwe vraag. Wie verlaat wie? Kan God, Jezus verlaten en kan Jezus, God verlaten? Hoe kan iets of iemand het alles omvattende Bewustzijn verlaten of zich daardoor verlaten voelen...
“Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij?” Mijn antwoord aan Jezus zou kunnen zijn:
“Ik kan en zal U nooit verlaten, gelijk een oceaan zijn golven nooit verlaat”.

“Ik heb dorst”

Monique der Kinderen

Lang heb ik nagedacht in welke context ik dit moest plaatsen. Pak je het letterlijk, dan zie ik de beelden uit Afrika, de grote droogte, kinderen, vrouwen, mannen, dieren met droge lippen en uitgedroogde lichamen, we kennen het allemaal.
Maar kan ik er ook een andere betekenis aan geven? Bedoelde Jezus, toen hij aan het kruis hing en een spons gedrenkt in zure wijn aangeboden kreeg, ook nog iets anders!
Ik denk dan aan Pieter. Een stoere, hardwerkende man van 40 jaar. Hij stond daar in mijn kantoor in zijn werkkleding met zwarte handen van het werken en hij was boos heel boos. Boos om het onrecht, zoals hij het ervaarde, wat hem was aangedaan.
Dorstig om te vertellen en ik luisterde en hij brak. Zelden heb ik iemand zo om zien slaan van boosheid naar verdriet. Een volwassen man die dikke tranen huilde van eenzaamheid. De problemen te groot om deze alleen te overzien en op te lossen. En er kwam rust toen het woord ik in zijn verhaal vervangen werd door wij.
Ik denk aan Marleen en Addy, twee begin twintigers en dakloos, eind februari met een gevoelstemperatuur buiten van -15C. Zij zwerven over straat met een rugzak, waar het hoogstnodige inzit. Met een beetje geluk kunnen ze naar de nachtopvang voor een bed en een warme maaltijd als deze niet vol zit. Ik ontkom er niet aan om aan mijn eigen kind van 22 jaar te denken.
Ik denk aan Mustafa, een Syrische man die met zijn vrouw en kinderen naar Nederland is gevlucht in de hoop hier een nieuwe start te kunnen maken, maar stuit op onbegrip en ongegronde angst van de buren. En nu in dezelfde angst leeft als waarvoor hij gevlucht is.
Ik denk zelfs aan die buren en vraag me af waar het daar fout is gegaan, dat zij het voor zichzelf kunnen rechtvaardigen om zo met je medemens om te gaan.
Dorstig zijn zij naar een luisterend oor, begrip en het gevoel om gehoord te worden.
En ja ongetwijfeld spelen er vaak factoren mee, waarmee jezelf schuldig bent aan de situatie, waarin je je bevindt, maar ook hier verwijs ik naar de bijbel “wie zonder zonden is werpe de eerste steen”
God stuurde zijn zoon als voorbeeld voor de mensheid. Jezus heeft zijn leven opgeofferd en zich tijdens zijn leven dienstbaar opgesteld. Maar ook hij was dorstig toen hij aan het kruis genageld was. Zelfs hij riep “Mijn god waarom heeft u mij verlaten” voelde hij zich alleen?
Een dierbare is onlangs overleden en zijn laatste woorden waren ”dat was het dan”. Hetzelfde had ik toen mijn vader stierf alleen voelde ik hier boosheid bij. Nu vertaal ik het anders. “Ik heb mijn best gedaan, hopelijk was ik een goed mens en heb mijn leven zo goed mogelijk proberen te leven”.
Iemand die honger of dorst heeft kun je een maaltijd en drinken aanbieden. Maar je zou je ook af kunnen vragen waarom iemand honger of dorst heeft.
In Afrika is dorst maar ook hier is dorst en vaak net zo levensbedreigend als daar dus laten we onze ogen hier niet voor sluiten. Heb je naaste lief!

“Het is volbracht”

Ans van der Elst

Ik zing sinds negen jaar met veel plezier bij het Helmonds Gemengd Koor Vivace.
Een paar maanden geleden vond ik in een oude stapel bladmuziek uit “de 7 kruiswoorden” van César Franck het 6e woord.
Eén dag later kreeg ik van Corine Beeuwkes het verzoek om aan dit programma mee te werken.
De keuze leek al voor mij gemaakt.
Het doel is bereikt, het offer is gebracht,Jezus kan zich overgeven, kan zeggen:
“het is volbracht”.
Deze woorden spreekt hij in de volle overtuiging dat er voor hem een nieuw leven wacht na de dood.
Ik ben in mei geboren en ik ben mijn hele leven een voorjaarskind gebleven.
Dat speciale blije gevoel, van vrijheid, die nieuwe lente. Naar buiten, naar buiten. Letterlijk je mogen ontdoen van de warme, strakke, vaak kriebelende winterkleding en “met zonder jas” naar school. Die heerlijk lange zomervakantie in het verschiet.
Eindeloos buiten spelen, de dagen steeds langer, steeds meer licht. Later heerlijk buiten eten, in de tuin werken, wandelen, fietsen, sporten.
En dan, toch al in augustus, het naderen van herfst en winter, het veranderende licht, de verkleuring van de natuur. Hoe mooi ook, het maakt mij altijd wat weemoedig en, na de Kerstdagen in die eindeloze januarimaand, op het randje van somber. We zijn de laatste jaren gelukkig in de gelegenheid om in die periode een paar weken naar de zon te kunnen gaan, dat helpt.
Maar ik heb het gevoel dat ik de winter iedere keer slechts “doorkom” in de wetenschap dat het daarna toch steeds weer lente wordt.
Mijn man en ik zijn nu in de herfst van ons leven beland, onze winter staat voor de deur.
Een leven waar we dankbaar voor zijn, met tot nu toe meer ups dan downs. Vorig jaar mochten we met kinderen en kleinkinderen vieren dat we vijftig jaar getrouwd waren. We hebben het goed.
Maar we zijn wel in een levensfase beland waarin ziekte en dood een steeds grotere rol gaan spelen.
Het laatste jaar hebben wij negen keer afscheid moeten nemen van heel goede vrienden en bekenden, die overleden. Sommigen heel onverwacht, anderen na een periode van lichamelijk en/of geestelijk verval. En ja, de dokter en de apotheker kennen ons ook.
Je vraagt je wel eens af wat het leven voor jou nog in petto zal hebben. Je kunt een paar dingen niet langer voor je uitschuiven, het is verstandig om je zaken te regelen. Dat brengt een stukje rust, maar op het onvoorziene kun je je niet voorbereiden.
Blijft dus de vraag:
Hoe zal mijn levenswinter eruitzien, en hoe kom ik daar dan doorheen?
Zal ik ooit kunnen loslaten en zeggen: “het is volbracht”?
Het zou misschien eenvoudiger zijn als ik overtuigd zou zijn van een nieuwe lente, na de dood, of als ik het tenminste zou geloven. Dat zou mooi zijn.
Erop hopen kan ik wellicht---in ieder geval---, toch?

"Vader, in uw handen beveel ik mijn geest”

Jan Vogels

Het was zo rond mijn twintigste levensjaar dat ik een boek(je?) in handen kreeg over Charles de Foucauld. Het maakte een heel grote indruk op me. Misschien kwam dat doordat ik op die leeftijd op zoek was naar identificatiefiguren: mensen bij wie ik inspiratie kon vinden bij het bepalen van de inrichting van mijn eigen leven. Zijn levensverhaal raakte me heel diep. Zijn naam, zijn persoon, de boodschap van zijn leven zijn me sindsdien altijd bij gebleven.
Voor wie hem niet of nauwelijks kent, zal ik, heel kort, de grote lijn van zijn leven vertellen. Charles werd in 1858 geboren in Straatsburg. Hij leefde een vrij en ongebonden leven totdat hij, als militair, voor straf naar Algiers gestuurd werd. Zo raakte hij in Noord-Afrika verzeild.
Terug in Frankrijk schreef hij een groot reisverslag, waaruit bleek, dat zijn Noordafrikaanse ervaringen: de woestijn, de gastvrijheid van de armen en het geloof van de moslims een onuitwisbare indruk op hem hadden gemaakt. Het werd de aanzet voor zijn zoektocht naar de wortels van zijn eigen geloof, dat hij, lang daarvoor, vaarwel had gezegd.
Charles raakte gefascineerd door de figuur van Jezus. Hij trok naar Nazaret en verbleef daar een poos om nog dichter bij zijn grote voorbeeld te komen. En als hij daarvan terugkeert, schenkt hij al zijn bezittingen weg, bezoekt een aantal kloosterorden en treedt tenslotte in bij de Trappisten, om daar, zoals hij zelf zegt, “het verborgen leven te leiden van de nederige werkman van Nazaret.”
Na drie jaar kwam hij tot het inzicht dat hij eigenlijk naar de mensen moest gaan die nog helemaal niets over Jezus hadden gehoord. Daarom verliet hij de Trappistenorde en keerde terug naar Noord-Afrika. Aan de rand van de Sahara bouwde hij zijn eigen eenvoudige onderkomen, waar hij een zeer sober leven leidde. De Toearegs, een Berbervolk dat zich als nomaden ophoudt in en rond de woestijn, werden zijn vrienden. Hij leerde hun taal en sprak met hen over alles wat hen bezighield.
In 1916, tijdens de WO I, die ook veel onrust bracht in Noord-Afrika, wordt hij door een rivaliserende groep Toearegs gevangen genomen, die uit zijn op losgeld. Er vindt een schotenwisseling plaats, waarbij Charles, na ruim 16 jaar van totale dienstbaarheid aan de Touaregs, dodelijk wordt getroffen.
Waarom vertel ik u over deze man, terwijl het mijn opdracht is om stil te staan bij het laatste kruiswoord van Jezus: “Vader, in uw handen beveel ik mijn geest”?
Omdat dit kruiswoord van Jezus bij mij onmiddellijk de herinnering aan Charles de Foucauld opriep. Charles had ze ook kunnen uitspreken, als hij daartoe de gelegenheid had gehad. Het is geen vrome zucht die een mens kan slaken vlak voordat hij sterft in de hoop dat het Gods oordeel over hem gunstig zal beïnvloeden. Neen, het zijn doorleefde woorden die je kunt uitspreken na een leven van totale dienstbaarheid aan God en aan mensen. Ze zijn de samenvatting van een levenskeuze die Jezus, en, in navolging van hem, Charles dag in dag uit probeerde waar te maken.
Zijn beroemd geworden ‘gebed van overgave’ maakt dat duidelijk. Het laat zien hoezeer Charles ernaar verlangde om Jezus zo letterlijk mogelijk na te volgen.
Het gaat als volgt:
Vader,
Ik verlaat mij op U, doe met mij wat Gij goed vindt. Wat Gij ook met mij doen wilt, ik dank U. Tot alles ben ik bereid, alles aanvaard ik, als Uw wil maar geschiedt in mij en in al uw schepselen: niets anders verlang ik, mijn God. Ik leg mijn leven in uw handen, ik geef mij aan U, mijn God, met heel de liefde van mijn hart, omdat ik u bemin, omdat het voor mij een noodzaak van liefde is mij te geven, mij zonder voorbehoud op U te verlaten, met een oneindig vertrouwen: want Gij zijt mijn Vader.
In mijn jeugdige overmoed heb ik, nu zo’n vijftig jaar geleden, me voorgenomen om dit gebed tot het mijne te maken.
Wat valt dat gruwelijk tegen! Nu troost ik me met de gedachte dat elk klein stapje in die richting al waardevol is. En straks, in míjn laatste uur, hoop ik op een begripvolle God en vertrouw ik op zijn barmhartigheid.

 

terug