De zeven kruiswoorden klinken De zeven kruiswoorden klinken


Welkomswoord Marion Achthoven 


Goedemiddag allemaal, 
 
Namens de Protestantse Kerk te Helmond heet ik u van harte welkom. Een speciaal welkom aan de sprekers van vanmiddag, het Helmonds Kamerkoor onder leiding van Peter-Paul van Beekum en Strijkkwartet Dames Vier. 
 
Mijn naam is Marion Achthoven en samen met onze predikante Corine Beeuwkes-van Ede hebben wij voor de vijfde keer een muziekproject georganiseerd, met als titel “De zeven kruiswoorden klinken in woord en in muziek” Een lustrum dus, en daar zijn we trots op. 
 
Net als vorig jaar hoort u de koorversie van ‘Die sieben letzten Worte’ van Joseph Haydn.  
 
Dit stuk vindt zijn oorsprong in 1786 toen Haydn de opdracht kreeg van de Spaanse bisschop van Cadiz om een indringend muziekstuk te componeren voor orkest bij de zeven kruiswoorden. Het was bedoeld voor de viering op Goede Vrijdag waarbij de bisschop over elk kruiswoord een korte meditatie uitsprak.  De meditaties werden elke keer afgewisseld met het gelijknamige muziekdeel. Het laatste deel moest een uitbeelding zijn van het beven van de aarde dat volgde op de kruisiging. 
 
Deze verbinding tussen woord en muziek hanteren wij ook in dit project.  Het is elk jaar gelukt om zeven sprekers te vinden die zich hebben laten inspireren door een van de laatste zinnen van Jezus aan het kruis. Zij zullen daarover straks een persoonlijk verhaal vertellen. 
 
In hetzelfde jaar dat de orkestversie werd gepubliceerd, volgden de versies voor strijkkwartet en piano. Beiden hebben hier in de Bethlehemkerk geklonken.  Acht jaar later hoorde Haydn tot zijn verrassing in Passau een uitvoering van zijn muziek met solisten en een koor. Deze was gemaakt door de plaatselijke domkapelmeester.  Haydn vond een koorversie een goed idee op zich, maar dacht dat hij zelf een betere kon maken. Met hulp van Baron van Swieten die ook de teksten van Die Schöpfung en Die Jahreszeiten schreef ontstond de prachtige passiemuziek die we zo gaan horen. Volgens de overlevering vond Haydn dit een van zijn beste composities. 
 
Misschien bijna overbodig om te vermelden, maar bewaar uw applaus graag tot de laatste noten hebben geklonken. Dan mag ook uw telefoon weer aan. Tot slot wijs ik u op de mogelijkheid om straks bij de uitgang een vrijwillige gave te doen om de kosten van dit project te dekken en bent u van harte uitgenodigd om onder het genot van een hapje en een drankje elkaar te ontmoeten. 
 
Dan geef ik nu graag het woord aan Corine en wens ik u veel luisterplezier. 

1 “L’introduzione”
Corine Beeuwkes - van Ede 

  
De veertigdagentijd (lijdenstijd) voorafgaande aan Pasen kent haar eigen tradities.  Na de carnaval begint het vasten, Palmpasen met de Palmpasenstokken, maar ook de Matteüs-Passion van Johann Sebastiaan Bach en ‘Die sieben letzte Worte unseres Erlösers am Kreuze’ van Franz Jozef Haydn horen daar helemaal bij.   Opvallend is dat Pasen een gebeuren is waar de donkere kant van het leven een plek krijgt: tijdens het feest is er ook het gedenken van lijden en dood.  Zo is dit feest het feest bij uitstek waar het leven zoals we dat ervaren - met haar ups en downs - een plek krijgt.  Maar de boventoon is wel dat er hoop is: na de winter komt de lente, na de slavernij de bevrijding, na de dood ook het nieuwe begin. 
 
Wanneer de evangelisten - ieder op zijn beurt – Jezus in totaal 7 ‘kruiswoorden’ laten uitspreken, gaat het om teksten die komen uit de Boek van de Psalmen. Net als bij ‘The Passion’, waar men gebruik maakt van eigentijdse liederen (popsongs), reciteert Jezus aan het kruis teksten uit de Psalmen: liederen van het joodse volk en hem zo vertrouwd. 
 
Hoe spannend is het om de woorden die Jezus heeft nagelaten als een soort van ‘erfenis’, door mensen vanuit verschillende perspectieven te laten belichten.  Hoe resoneren die woorden anno 2019? Welke associaties roept het bij je op?  Een opdracht aan 7 sprekers met ieder een eigen invalshoek. Met 7 verschillende achtergronden. 
 
Joop Vos – wegens ziekte niet aanwezig
Norbert Swagemakers
Marieke Burgers
Hans van Gennep
Inge van Kesteren
Carel van der Vange
Inge van der Mast 
 
De afwisseling van muziek en woord is een verademing. We gaan het vandaag opnieuw (voor de 5e keer) beleven. 

2 “Vandaag nog zul je met Mij zijn in het paradijs.”
Norbert Swagemakers 

 
 
Wat ging er door die misdadiger heen? Hij wordt met Jezus gekruisigd? Met drieën hangen zij omdat zij veroordeeld zijn. De misdadigers hebben een verleden. De één erkent dat het fout was.  Op dit moment ondergaan zij de marteling, het lijden en de pijn. Toekomst is er niet meer. Kan er op zo’n moment nog hoop leven? 
 
De één wenst met een wonder op het laatste moment het tij te keren. De Messias zou daarvoor kunnen zorgen. Dat roepen ook de mensen die met hoon en spot bij de kruisen op Golgotha staan.  
 
Toen ik in januari, de week voordat hij stierf, bij mijn vader aan zijn ziekbed stond, ging zoiets door hem en mij heen; een wensgedachte dat het over zou gaan, dat hij beter zou worden en niet zou hoeven sterven. Wij wisten allebei dat dit niet reëel was. Wij konden samen bidden, ons richten naar het kruis en ernaar op zien. Met de dood valt niet te spotten. Wanneer het uur gekomen is, komt hij meedogenloos op je toe.  
 
Welke hoop kan er nog leven op zo’n laatste moment? 
 
In de kloosterregel van de heilige Benedictus vind ik uitdrukking van hoop: “Laten we onze ogen openen naar het van God gegeven licht.” Niet het licht dat wij ons kunnen verschaffen, maar licht dat van God gegeven wordt. Als er iets is waar Jezus zijn ogen niet van heeft afgehaald, dan is het van het Hem door God gegeven licht. Hij bleef vertrouwen, ook al leek alles verloren.  Jezus zelf wordt het Licht genoemd. Jezus is de Messias die heil brengt, Zijn reddende hand uitstrekt. Getuige de verhalen van genezing en nieuw leven die van Hem verteld worden, heeft Hij veel mensen op deze manier heil geschonken.  Zelfs doden heeft Hij opgewekt.  Maar Zijn opwekking is een andere dan die van een ramshoorn die wordt aangeblazen, of een wekker die ons de tijd aangeeft om op te staan. De toekomst die Jezus schenkt gaat voorbij aan onze tijd en onze wereld. 
 
Wanneer wij ons op de toekomst richten, menen we zelf voortgang te moeten maken. De realiteit aan het kruis doet je beseffen dat dàt niet meer mogelijk is.  
 
Als veroordeelde besef je dat je jouw leven niet in eigen handen hebt. Anderen vellen het oordeel en nagelen je aan een kruis. De ene misdadiger beseft dat ook die mensen zijn leven niet in de hand hebben. De ziel kunnen zij niet aan. Hij die dat wel kan, is de Messias. Hij komt tot het geloof dat Jezus de Messias is. Aan Hem vertrouwt hij zijn ziel. En met die overgave kan Jezus hem zeggen: “vandaag nog, zul je met Mij zijn in het paradijs.” Niet morgen of volgend jaar…, maar heden, vandaag, op dit moment. 
 
Denken we aan het verhaal van Lazarus, aan wat Jezus tegen Martha zei toen zij hem aansprak omwille van het leven van Lazarus, haar gestorven broer. Zij was er van overtuigd dat haar broer zou verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag, ergens in een toekomst, wie 
weet wanneer, onbekend. Jezus zegt haar: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.?” Martha gelooft. 
 
En ook deze misdadiger gelooft dat Jezus de verrijzenis is en het leven. Hij zal dan ook delen in de verrijzenis en met Hem leven in het paradijs. 

3 “Dit is uw zoon”
Marieke Burgers – Thomassen


In het Evangelie van Johannes lezen we het volgende: Toen Jezus, kort voordat hij stierf, zijn moeder zag en naast hem de leerling die hij liefhad, zei hij tot zijn moeder: “Vrouw, zie daar uw zoon”. Vervolgens zei hij tot de leerling: “Zie daar uw moeder”. En vanaf dat ogenblik nam de leerling Maria bij zich in huis.  Tot zover de tekst uit het Evangelie. 
 
Ik lees hierin dat Jezus op enigszins gebiedende wijze zijn moeder vraagt om voor Johannes te zorgen en aan Johannes vraagt om voor zijn moeder te zorgen. En niet zo maar zorgen, maar zorgen voor de ander als ware het haar zoon en omgekeerd voor Johannes als ware het zijn moeder.  
 
Denkend hierover en wat dit voor mij en mijn omgeving zou kunnen betekenen, kwamen de volgende gedachten op: • Mijn primaire reactie was: Dit is een verzoek waarbij je wel erg veel van de ander vraagt. Je vraagt hen namelijk om liefdevol en met toewijding voor elkaar te zorgen. Meer algemeen: Mag je wel van iemand verlangen dat die op een dergelijke wijze voor een ander gaat zorgen? In eerste instantie was ik geneigd “zorgen” als een last te zien, wat het overigens ook kan zijn. Echter “zorgen voor een ander” heeft ook een andere kant. Dat is mij gebleken in de situatie van mijn moeder. Vierentwintig jaar geleden overleed mijn vader wat voor mijn moeder een enorm verlies was en een grote leegte achterliet, temeer daar alle zes de kinderen het huis uit waren. Zelf gaf mijn moeder aan het gevoel te hebben dat de helft van haar lichaam verlamd was. Zij vond, zoals ze dat noemde, het niet eerlijk dat zij alleen achterbleef en gaf aan dat ze ook dood wilde zijn. Wat mijn moeder enorm heeft geholpen om dit verlies te dragen is dat zij met veel toewijding voor een van haar alleenstaande broers is gaan zorgen. Dat betekende dat zij zijn huis poetste, zijn was deed en dat hij iedere dag bij haar kwam eten. Dit zorgen voor haar broer maakte dat mijn moeder zich weer nuttig voelde en mede hierdoor gaandeweg weer zin in het leven kreeg. Bovendien had ze weer een maatje met wie ze tijdens het eten het wel en wee van de wereld doornam. Kijkend naar de situatie van mijn moeder begrijp ik nu dat Jezus, vanuit zijn liefde en zorg voor zijn moeder, tegen haar heeft gezegd voor Johannes te gaan zorgen.  
 
• Een andere gedachte die bij me opkwam was is: Heb ik, toen mijn kinderen jong waren, wel goed voor ze gezorgd en hoe staat het met die zorg voor mijn kinderen nu? Ongeveer twee maanden na de geboorte van onze kinderen ben ik weer direct aan het werk gegaan en ben altijd, zo goed als fulltime, blijven werken. Ofschoon ik uiteindelijk nooit spijt gehad heb van die keuze, heb ik wel vaak last gehad van schuldgevoelens in de zin van: Had ik niet vaker er voor mijn kinderen moeten zijn? Heb ik mijn passie voor mijn werk niet te veel laten prevaleren boven de zorg voor onze kinderen? Vragen waar ik vaak en veel mee geworsteld heb.  Ongeveer 9 maanden geleden ben ik gestopt met werken en is er ruimte ontstaan om dat wat ik wellicht te weinig heb gedaan, nu te compenseren in de zorg voor de 
kinderen van onze kinderen. Met veel plezier (soms overigens ook wel erg vermoeiend) zorgen mijn man en ik nu 2 dagen in de week voor onze 3 kleinkinderen. Telkens weer een genoegen die blije kindergezichtjes te zien! 
 
• Tenslotte de laatste gedachte: Hoe staat het met de zorg voor anderen in mijn omgeving? In de periode van mijn werkzame bestaan, vond ik dat moeilijk, althans het lukte me niet dat te doen en ook daar had ik last van. Nu heb ik daarvoor wel tijd. Het geeft me een goed gevoel en voldoening om voor anderen te kunnen zorgen en krijg daar ook nog veel voor terug. Zoals het blije en dankbaar gezicht van de Syrische dame, een vluchteling van 73 jaar die ik eens in de week bezoek, mee op stap neem of zoals de laatste tijd het geval, het ziekenhuisbezoek. Niet eenvoudig aangezien zij alleen Arabisch spreekt en ons schrift niet kan lezen. Dankzij Google Translate lukt het redelijk om met haar te communiceren en een beetje voor haar te zorgen! 

4 “Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten?”
Hans van Gennep 

 
Deze week, toen ik thuiskwam van het werk trof ik een ekster aan. Zij lag op het tuinpaadje aan de voorkant ons huis. Het is een tuinpaadje van niks, en slecht onderhouden ook. Want wat er ook in mijn bloed zit: -de passie voor de dingen die ik doe en waar ik achter sta, -allerlei Indische invloeden, (en daarbij onmiskenbaar wat zichtbare en onzichtbare littekens van mijn vaders zeer harde hand), -mijn onuitputtelijke drive om er in geval van nood voor mijn kinderen te zijn (‘pap, dat hoef je allemaal niet te doen, wij redden het zo ook wel. Zorg nou eens gewoon voor jezelf’) -een onmiskenbaar gevoel voor humor... Dat en meer zit allemaal in mijn bloed, Maar niet tuinieren. Tuinieren is echt niet mijn ding. Dus als je ooit langs ons huis loopt denk dan niet al te slecht over mij ;) 
 
Die ekster lag daar dus, in mijn onverzorgde voortuin. 
 
Nou ben ik geen fan van eksters: ze roven, ze jagen, ze halen nesten leeg van veel vredelievender vogelsoorten en ze schreeuwen. Eksters lijken de witteboordencriminelen onder de vogels. En dus zijn eksters niet mijn favoriete dieren. Maar bij deze ekster was dat anders. Zij was in nood, in doodsnood. Letterlijk. Waarschijnlijk was zij ergens tegenaan gevlogen of door iets geraakt. Hoe dan ook de vogel was er slecht aan toe, zij was stervende. En het feit daar getuige van te zijn raakte mij recht in mijn hart. Ik wilde iets doen wat deze vogel zou kunnen redden en tegelijkertijd wist ik dat dit een onmogelijkheid was.  Die vogel keek mij aan. En ik keek terug. Haar gitzwarte glanzende ogen waren nog vol leven. De fluwelen kleuren van haar verendek waren prachtig. Zo stond ik daar een paar minuten en besloot toen naar binnen te gaan om deze ongelukkige ziel in alle rust te laten sterven. 
 
Ik heb daarna toch nog even binnen voor het raam staan kijken en ik wilde op dat moment werkelijk dat ik de gave had om de dingen voor die keer voor die ene ekster een positieve draai te kunnen geven zodat deze weer het luchtruim zou kunnen kiezen en het leven zich weer voort zou zetten alsof er voor haar niets gebeurd was. 
 
Ik had weer heel even datzelfde gevoel wat ik had toen mijn lieve Yvonne de laatste dagen van haar lijdensweg door moest. Ik wilde dat er ergens een God was die iets zou doen, die alles voor die ene keer een positieve draai zou geven. Sterker nog, ik wilde zelf God zijn. Om het dramatische verlies, van mijn vrouw en moeder van onze kids, wat we de rest van ons leven zullen meedragen ongedaan te maken. Maar ik was God niet. Ik voelde me verlaten. Zoals wij ons allen op de zwaarste momenten in ons leven, verlaten kunnen voelen. 
Ik twijfelde. Zoals ook Jezus aan het kruis getwijfeld moet hebben. ‘Waarom’ ‘God, als je er bent en meekijkt, waarom laat je dit gebeuren.’ ‘Waarom heb je ons verlaten.  
 
 
Die machteloosheid… Zoals ik niets kon doen voor mijn lieve vrouw, mijn maatje die tot op de dag van vandaag nog steeds meer dan de helft van mijn bestaan uitmaakt. Mijn Yvonne die tot op de dag van vandaag in mijn, soms nog heftig bloedende hart, nog steeds een grote plek inneemt.  En nu kon ik ook niets doen voor die stervende vogel die nog maar een half uur eerder een prachtig vooruitzicht had. Voluit van de regen en de bloesemende bomen van het voorjaar en van de volle zon van de komende zomer te kunnen genieten. In volle vlucht, rovend, jagend en schreeuwend. Want het blijft toch een ekster 
 
Maar zoals het gezegde luidt: ‘Het leven neemt zijn keer’. 
 
Ik weet nu dat wij, allen, die machteloosheid bij tijd en wijle zullen voelen en zullen moeten doorstaan. We zullen dan onze handen ten hemel heffen en in het verdriet en onbegrip en wellicht ook boosheid die woorden van Jezus herhalen. ‘Mijn God, waarom heb je mij verlaten!’ 
 
De woorden die Jezus, volgens de overlevering, aan het kruis uitsprak zullen velen troost geven en verzachten, want ze zullen ons eraan herinneren dat het leed ons allen treft. 
 
Ik wens iedereen alvast een goede Pasen en zorg goed voor elkaar! 

5 “Ik heb dorst”
Inge van Kesteren - van der Linden
 
 
Ik voel me niet zo belangrijk als Jezus, maar ook ík heb dorst! Dorst naar een gezonder leven met minder problemen. Ik ben het zó zat! De laatste 10 jaar zijn mijn vrouw Agnes en ik overspoeld door medische problemen en andere ellende. 
 
** Wat moet je daarmee? Nou, die keus is eigenlijk niet zo moeilijk. Het is zwemmen of verzuipen.  En dat laatste is niet zo gezellig. Kiezen tussen tot onze dood toe zitten klagen achter de geraniums of proberen er nog iets van te maken, met vallen en opstaan. Wij hebben vol overtuiging voor dat laatste gekozen.  
 
** Wat moet je daarvoor doen? Eerst moet je accepteren wat je overkomt.  Niet zeuren over "waarom wij?", waarom wij niet? Het leed wordt nou eenmaal niet eerlijk verdeeld. Bij elke nieuwe tegenslag mogen we van elkaar een paar dagen even zielig doen, daarna knop om, neus vooruit en weer doorgaan met leven. Een beetje doorzettingsvermogen kan ook geen kwaad. Geloven helpt, maar gaat met de nodige twijfels. Een flinke dosis humor is ook effectief.  Humor is me met de paplepel ingegeven en zit diep in mijn genen.  Vooral galgenhumor werkt goed. Lekker zwart, lekker afreageren.  Dat lucht op en levert vaak een glimlach, oftewel weer een zonnestraaltje op. 
 
Daarnaast heb ik helaas al heel jong een aantal wijze lessen in mijn leven geleerd, maar die waren wel erg nuttig. 
 
Mijn vader had vanaf kort na mijn geboorte leukemie en is jammer genoeg niet oud geworden.  Het principe was: pluk de dag. Er viel wel niet veel te plukken, maar toch. En altijd kijken naar mensen, die het nog slechter hadden. 
 
Kijken naar Agnes' broer die veel te jong dement geworden is, nadat hij als 13-jarige vreselijk in de kreukels gereden werd door een trein op een onbewaakte overweg. Je wil niet weten wat voor prestaties hij in zijn leven geleverd heeft, geweldig! Hij kreeg daarvoor een lintje van de Koningin. Hij ging ervoor, en klaagde nooit. Petje af! Kijken naar een ver familielid, medische complicatie, dwarslaesie.  Pas 16 jaar is ze…., 't is niet eerlijk, dat zei ik al. Maar ze gaat ervoor! Ik kan nog veel meer bittere ellende in onze omgeving opnoemen. Ach, dan schrompelen je eigen problemen ineen tot bijna onbelangrijk, erg relativerend!  
 
Toen ik 8 jaar was, overleed plotseling een bekende van mij thuis.  Altijd hard gewerkt. Zijn tijd zou samen met z'n vrouw wel komen, als hij gepensioneerd was. Niet dus, slechts 49 jaar werd hij. Je moet dus nú genieten en niet uitstellen tot later. Morgen kan het afgelopen zijn.  Dat is geen doemdenken, maar realiteit, al in mijn jeugd geleerd dus.  
Agnes weet er ook het een en ander van, zij verloor al als 11-jarige haar moeder. En verder zag ik in mijn vak veel dingen gebeuren, waar je niet vrolijk van werd. 
 
Veel hebben we samen 40 jaar geleden geleerd van mijn 2 oude tantes. Met mijn moeders verjaardag aten we bij de Chinees, 400 meter naast het bejaardenhuis, maar te ver om te lopen voor 80-jarige tantes met slechte longen en knieën. Tante Jo liet zich in een rolstoel rijden, kwam uitgerust aan en zat lekker mee te smikkelen. 
 
Tante Bep was te trots om in zo'n rolstoel gezien te worden. Ze zei: "IKKE NIET!".  Bijna de hele avond nog versleten, kon ze nauwelijks eten. Haar eten werd aan het eind van de avond ingepakt, om het de volgende dag "gezellig" in haar eentje op te eten. Dan heb je boter op je hoofd, en niet zo weinig ook!  Vanaf toen hebben we ons voorgenomen, om zó niet te worden. Het was een wijze les. 
 
Een stok, rollator, rolstoel, allemaal vervelend, je moet echt wel diep slikken,  maar we gaan dus niet achter de geraniums zitten mauwen.  En ach, je kan overal wat van maken. Kijk maar eens wat een leuke stok! Die van Agnes is ook het bewonderen waard. Geeft ook vaak aanleiding tot een praatje. 
 
Ik ben niet geschikt om zieltjes te winnen voor het geloof, maar ik ben dan ook geen dominee. Daar hebben we Corine voor. Maar als ik vanmiddag één zieltje kan winnen door diegene over die stomme angst-drempel voor een rolstoel te trekken, dan ben ik al blij. Mijn leuke, opgewekte tante Bep verzuurde door haar gedrag, raakte verbitterd en maakte als 88-jarige in grote eenzaamheid een eind aan haar leven door middel van een hongerstaking.  Zou u zo willen eindigen? Nou, IKKE NIET! 
 
Tot slot.  Als protestant ben ik door mijn Agnes katholiek besmet geraakt.  Mijn bidprentje ligt dan ook al geruime tijd klaar. Daarin zal staan, dat ik ondanks de nodige moeilijkheden een gelukkig leven heb gehad.  De laatste regel luidt:  dat het glas altijd halfvol was en dat ik genoot van de kleine dingen die nog wél konden. Als ik me daar dus niet aan houd, dan lig ik t.z.t. toch "lelijk" voor schut, in mijn kist. Dat kan ik niet maken. Daar heb ik geen zin in. 
 
Ik heb nog steeds dorst en het wordt alleen maar erger en moeilijker. Maar we blijven hardnekkig volhouden, met vallen en opstaan! En dus genieten van de kleine dingen, die nog wél kunnen. 
 
Dankzij mijn verhaal en mijn domme, eigenwijze tante Bep heb ik weer een nieuw motto bedacht: Opgeven?? IKKE NIET!!!!!

6 “ Het is volbracht”
Carel van der Vange
  
 
Ik was net thuis van de laatste behandeling in het Catharina ziekenhuis toen Corine mij belde en vroeg of ik voor een van de kruiswoorden een voordracht wilde maken. Ik schrok wel even van de vraag, vooral omdat er recent een discussie was geweest over de vraag of de kruiswoorden werkelijk zijn uitgesproken. Het moet fysiek vrijwel onmogelijk zijn geweest hangend aan een kruis nog een zinnig woord uit te spreken en luid genoeg om door de omstanders te worden verstaan.  
 
Ik legde direct voor mijzelf verband met “het is volbracht” en de behandelingen die ik had ondergaan. Het woord volbracht betekent volgens van Dalen een moeilijke taak hebben uitgevoerd. Wat dat betreft verdienen mijn behandelingen niet het woord volbracht. Zo moeilijk was het niet. Maar toch is er overeenkomst. Het resultaat van de volbrachte taak is niet zeker.  
 
Zoeken op internet naar beelden met betrekking op volbracht levert een scala aan plaatjes waarvan een aanzienlijk aantal op oorlogshandelingen. Of na het uitvoeren van de taak in oorlogstijd het doel “het bereiken van vrede” is gehaald is daarbij helaas meestal niet aan de orde. 
 
Het woord volbracht zegt dus niets over het resultaat. Als dat zo is komt natuurlijk de vraag: waarom is dit woord gebruikt. Laat ik dat duidelijk maken met een gesprek tussen de mier en de eekhoorn in de stijl van Toon Tellegen 
 
De mier en de eekhoorn zaten op een bankje naar de avondzon te kijken. “Wat kijk je sip” zei de eekhoorn. Is er iets? Heb je het niet naar je zin? 
 
Nee of eigenlijk ja, ik heb het volbracht. Zei de mier. Ik heb een moeilijke taak beëindigd. Het was heel moeilijk. 
 
Maar dan kan je toch blij zijn als het klaar is, opperde de eekhoorn. Het is toch fijn als je een klus klaar hebt. Wat heb je eigenlijk voor taak gedaan? 
 
Dat weet ik niet, ik weet alleen dat het heel moeilijk was. Maar ik heb het volbracht, dat wel. 
 
Maar waarom heb je die taak gedaan. Als het zo moeilijk is moet je het toch ergens voor gedaan hebben, hield de eekhoorn vol. Ik ben blij als ik de noten voor de komende winter heb verzameld. En dan is het toch fijn om het klaar te hebben. 
 
Dat zou het ook moeten zijn, maar ik weet niet of het goed was dat ik die taak deed. Ik weet ook niet of het nodig was en of het nuttig was. Alles zou mooier en fijner moeten zijn. Hoe kom ik te weten of dat echt gelukt is. Het zou heerlijk zijn als ik wist dat ik een moeilijke maar zinvolle taak had volbracht waar iedereen blij van wordt. 
 
Zullen we het aan de andere dieren vragen stelde de eekhoorn voor. Misschien hebben zij iets gemerkt. 
 
Samen gingen ze langs alle dieren maar niemand had iets gemerkt. Ze hadden het ook veel te druk met het verzamelen van eten voor de komende winter.  
 
“Nou ja” zei de wijze uil, heb je wel eens gezien hoe dat bij de mensen gaat. Die doen ook maar wat en kijken niet naar de gevolgen. Het bos hiernaast hebben ze helemaal kaal gehakt om er andere dingen op te laten groeien. Ze zeggen dat ze de opdracht hebben volbracht maar weten niet eens of er wat wil groeten en of dat wel lekker en gezond is.  
 
De eekhoorn en de mier gingen weer terug naar hun bankje. Ach, zei de eekhoorn troostend: je hebt in ieder geval je best gedaan. 
 
Ja en ik heb het toch maar volbracht, mompelde de mier en rekte zich tevreden uit in de warme avondzon. 

7 “Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest”
Inge van der Mast-Veenendaal 
  
Het is in augustus 25 jaar geleden dat mijn vader stierf, 83 jaar oud, aan de directe gevolgen van een longontsteking, Mijn zusje en ik stonden aan zijn bed, met onze zoon Dirk, toen 13 jaar oud. Mijn vader was bij ons thuisgekomen, uit het MMC, thuis bij Karel en mij, voor zijn laatste weken, mogelijk dagen, en werd door de ambulance broeder en zuster over-getild in zijn bed. We wisten dat hij ging sterven, hoe snel dat zou gaan, dat vermoedden we niet. Maar zijn fysieke gesteldheid liet ons op dat moment zien dat het niet meer om dagen, maar om minuten ging.  En na de aanvankelijke schrik, paniek, herpakten wij ons en terwijl hij zijn laatste adem uitblies zegt mijn zusje: “vader, veilig in Jezus’ armen. Uit onze armen in Jezus’ armen”.   Het is niet echt te beschrijven wat een troost het was voor mijn zusje en mij, in de tijd erna, en ook voor de verdere familie, onze echtgenoten, de kleinkinderen, zussen van mijn vader, en anderen, wat een troost het naklinken van deze woorden betekende, “veilig in Jezus’ armen”, het vertrouwen, dat in ieder geval zijn geest bij God was, waar dat ook moge zijn.  
 
Wij spraken namens hem, gestoeld op het weet hebben van een diep geloven van mijn vader, dat hij geborgen was, in leven en sterven, bij de hemelse Vader. Daar kwam hij vandaan, en daar ging hij naar terug.  En omdat hijzelf die woorden niet meer kon uitspreken deden wij dat.  Toch was mijn vader een aardse man, die hield en genoot van het leven. Een week tevoren was hij bezocht door een oudste van zijn kerk, en die had hem gezegd dat “het beter was bij de Heer te zijn, dan op aarde”, refererend aan een tekst in de bijbel. Mijn vader wees hem fijntjes terecht: “ja, maar nu nog niet”, als zeggende: “daar ga jij niet over”.   Wat zeiden wij eigenlijk, in die intense momenten…?  Wat weten wij van onze geest? Van dat wat mij-ik maakt, en wat jou- jij maakt? En waar is “veilig in Jezus’ armen?” We noemen dat niet voor niets het bovennatuurlijke. Wij hebben daar geen taal voor, en meer en meer besef ik dat wij over deze dingen van het hart alleen kunnen spreken vanuit geloven en verlangen. Die woorden horen bij elkaar, geloven en verlangen.  Toch hebben wij als christenen, volgelingen van Jezus, daar ook bronnen voor te hebben. Voor de herkomst van dat geloven en verlangen.  Bijvoorbeeld deze: Opgetekend door de evangelist Johannes, woorden van Jezus:  “Wees niet bang, vertrouw op God, en ook op Mij: In het huis van mijn Vader zijn vele woningen, en Ik ga daar heen om voor jullie een plaats te bereiden. En als Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug, en zal jullie meenemen met Mij, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben.  Hoe lijken deze woorden op de Naam Die God aan Mozes bekend maakt: “Ik ben Die Ik ben, Ik ben Die er zijn zal”.  “Jullie zullen zijn waar Ik ben”.  Wij kennen ook nog andere namen van God, van Jezus, die ons helpen een voorstelling te maken van Hem die te groot is om te vatten: Trooster, Vredevorst, Heiland. Namen die zijn wezen aanduiden. Het is in het gezelschap van deze gastheer, zoals Godfried Bomans hem noemt, waar wij verwacht worden. 
 
Ik loop de laatste tijd wat door mijn huis, en zie spullen, waarvan ik denk, dat is later… voor dat kind of voor dat kleinkind… Wat betreft mijn geest, zeg ik nu al verlangend, gelovend in de levende Heer, die regeert over de dood heen:  “Vader, in uw handen beveel ik mijn geest”.   


 
 




 
 
 
terug